‘Boomer’ is helemaal geen nieuw woord, ‘ikkigheid’ wél

Een nogal teleurstellende keuze, het Van Dale Woord van het Jaar. Ten eerste omdat ‘boomer’ geen Nederlands woord is. En in de tweede plaats omdat het een al jaren bestaand woord is in de VS. Sterker nog, het woord is eigenlijk stokoud: het dateert uit 1963! Eigenlijk net zo oud als de ‘boomer’ zelf…

Nu krijgt het woord een tweede leven door een meme die op social media in de VS viral ging. En waar wij hier, in Nederland, dan blijkbaar ook zo nodig achteraan moeten hollen…..
Nou moet ook gezegd worden dat er op de shortlist verder weinig aantrekkelijke andere kandidaten voor de titel ‘Woord van het Jaar’ stonden.

Buitenlandse woorden van het jaar

Nee, dan onze zuiderburen. Die kozen tenminste voor een origineel woord in hun eigen moerstaal (het Vlaams), met een actuele betekenis : winkelhieren = bij lokale winkels en bedrijven kopen.

En Franstalig België dan, zult u zeggen? Nou die moeten hun keuze nog maken (uit een shortlist waarop woorden als ‘bacster’, ‘cheh’ en ‘collapsologie’ prijken).

In Duitsland koos men ook voor een origineel (typisch) Duits woord: respektrente = de introductie van een basispensioen voor mensen die 35 jaar hebben gewerkt en nog steeds een pensioen ontvangen dat lager is dan het bestaansminimum.

De keuze van het Amerikaanse woord van het jaar mag op zijn zachtst gezegd ook wel bijzonder worden genoemd. Merriam-Webster – de Amerikaanse Van Dale – koos voor het persoonlijk voornaamwoord ‘They.

Zoals de NS hier in Nederland in 2017 besloot om bij mededelingen op stations niet meer gebruik te maken van de term ‘Dames en Heren’, maar van het neutrale ‘Beste reizigers’, zo is het in de VS een trend om niet meer ‘he or she’ te gebruiken in correspondentie, maar het neutralere ‘they’.

En het Britse Oxford Languages koos voor ‘climate emergency’.  

Mijn woorden van het jaar 2019

Zelf heb ik ook een lijstje samengesteld met nieuwe woorden van 2019. Daarvan behoren ‘ikkigheid’ en ‘veranderverslaafd’ tot mijn persoonlijke favorieten.
Hier volgt mijn selectie van de woorden van het 2019 (met bronvermelding):

Samenwerkingsecosystemen
Deze vondst komt voor rekening van Aldo de Moor die er begin januari een tweet over de wereld in stuurde. Aanleiding vormde n.b. een artikel in De Telegraaf, waar Andy Dobbelsteen op zijn beurt weer op reageerde.
Afijn, hier vind je het draadje waarin het woord werd geïntroduceerd. Zoals je kunt lezen, waren beide heren zich er toen al bewust van dat zij wellicht een ‘woord van het jaar’ hadden gemunt.

Superbloedwolfmaan
Maandag, 21 januari 2019 was het dan zover: de superbloedwolfmaan vertoonde zich aan de hemel. De zon, de aarde en de maan stonden op één lijn – met de aarde tussen de beide andere hemellichamen in. Zo’n totale maansverduistering gebeurt maar tweemaal deze eeuw (!).
Voor de volgende superbloedwolfmaan zal je 27 jaar moeten wachten: op 31 januari 2037 is er pas weer een.

Poolwervel
Vertaling voor polar vortex. Dat is het verschijnsel van een lage drukgebied met koude lucht rond de polen van onze aarde. Normaal blijft de poolwervel stationair draaien boven de Noordpool.



Een onverwachte verandering in de stratosfeer boven het gebied zorgde ervoor dat de jetstream begin januari koude lucht meenam naar het Midden-Westen van de VS en Canada. Tot begin maart werden in beide regio’s extreem lage temperaturen gemeten (ver onder de -20 tot zelfs -30).

Wegwaaistations
NS maakte eind februari bekendnog eens 200 van de in totaal 396 stations te gaan vernieuwen. President-directeur Roger van Boxtel had het zelf in interviews over ‘wegwaaistations’, waarvan er veel te vinden zijn in de provincie Noord-Holland.

Sisverbod
Het lijkt al weer zo lang geleden: in RTL Latenight kwam PvdA-fractievoorzitter en – partijleider Lodewijk Asscher pleiten voor een sisverbod.

Apitoerisme
Een op de tweehonderd Slovenen heeft een bijenkast. Daarvan zijn er ongeveer 800o professioneel imker. Omdat het land zo bosrijk is, kan er hoge kwaliteit honing worden geproduceerd. Slovenen zien bijen als deel van hun familie en bouwen er kleurrijke huizen voor.  
Apitoerisme is de aanduiding voor een combinatie van recreatie met het leren over bijenhouden. En dat blijkt steeds populairder te worden.

Ikkigheid
In Buitenhof was op 20-10 de Belgische psychiater (en hoogleraar) Dirk de Wachter te gast. Aanleiding vormde zijn nieuwe boek ‘De kunst van het ongelukkig zijn’. Tijdens het interview gebruikte De Wachter het woord ‘ikkigheid’ in plaats van egoïsme en sprak hij over mensen als ‘tekortige wezens’.

Cover boek 'De kunst van het ongelukkig zijn'

Veranderverslaafd
Theo Sommer wijdde op 2-11 zijn column in de Volkskrant aan de neiging van bestuurders in Nederland om alles voortdurend anders te doen. Sommer: ‘Na de ‘kanteling’ en het ‘integrale bestuur’ heet de nieuwste vernieuwing bij de gemeenten, aldus vakorgaan Binnenlands Bestuur, ‘opgavegericht werken’.

En: ‘We zijn totaal veranderverslaafd’, zegt iemand. Projecten beginnen met een hoop poeha en zakken dan als een pudding in. Menigmaal is een mislukking het signaal om er met verdubbelde energie tegenaan te gaan.

Geitenwollensokkenstadium
Tijdens de eerste twee zaterdagen van november was er een Duurzame Huizen Route. Meer dan vijfhonderd woningen namen daaraan deel. De belangstelling is groot genoeg om te kunnen stellen dat het duurzaam maken van je woning inmiddels wel het geitenwollensokkenstadium voorbij is.

Bloemarmoede
Het mag algemeen bekend zijn dat het niet goed gesteld is met de bijenstand. Er zijn meer dan 300 soorten in ons land, maar daarvan zijn 35 soorten verdwenen, 31 ernstig bedreigd, 52 ‘gewoon’ bedreigd, 53 kwetsbaar en 17 gevoelig.

Waarom is dat zorgelijk? Omdat wereldwijd 76 procent van onze voedselgewassen afhankelijk zijn van dierlijke bestuiving, voor het overgrote deel door insecten.

In een interview op Radio 1 muntte Sonne Copijn (bestuurder van de Bee Foundation) de term ‘bloemarmoede’. Om aan te geven dat door de intensieve landbouw steeds meer wilde bloemen verdwijnen. Ook de trend om bij woningen tuinen steeds meer te betegelen, draagt niet bij aan het in stand houden van de bijen.

De 12 leukste en interessantste woorden van 2018

Iemand zou eens onderzoek moeten doen naar het verband tussen de keuze van woord van het jaar en de psychische gesteldheid van een volk. Als je namelijk kijkt naar de woordkeuzes van de landen om ons heen en in de VS, dan ontkom je niet aan de gedachte dat de mentale staat van een land een grote rol speelt bij de keuze van woord van het jaar. Continue reading “De 12 leukste en interessantste woorden van 2018”

IDFA toont veranderend beeld Amerika

Continue reading “IDFA toont veranderend beeld Amerika”

De grootste f*up uit de geschiedenis van Silicon Valley

General Magic. Springplank voor veel succesvolle carrières, maar ook een valkuil voor overambitieuze enthousiastelingen. Nu is er eindelijk een documentaire over het belangrijkste bedrijf in Silicon Valley waar niemand ooit van gehoord heeft. Continue reading “De grootste f*up uit de geschiedenis van Silicon Valley”

Beyond Klimt: hoe een nieuw (kunst)tijdperk werd ingeluid

Ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Gustav Klimt lopen er momenteel twee tentoonstellingen in Wenen waar zijn werk centraal staat. Een daarvan, Beyond Klimt, zal vanaf eind september ook in Brussel te zien zijn. Wat maakte Klimt tot de wegbereider van een nieuw (kunst)tijdperk?

Geen Oostenrijkse kunstenaar waarover zoveel is geschreven als Gustav Klimt (1862 – 1918). Zo controversieel als zijn werk was tijdens zijn leven, zo populair is het nu. Op het kitscherige af: je kan in Wenen paraplu’s kopen met een afbeelding van ‘De Kus’  – misschien wel Klimt’s bekendste schilderij. Klimt is bijna een industrie geworden: het barst van de boeken over Klimt als tekenaar, Klimt en de antieke wereld, Klimt en de Ringstrasse. En natuurlijk over Klimt en zijn relaties met vrouwen. De catalogus van de tentoonstelling in het Weense Belvedère vermeldt dat hij bij 15 verschillende vrouwen kinderen heeft verwekt.

‘De Kus’ (1907/1908)

Maar wat zegt dat over zijn werk? In wat voor tijd leefde Klimt? Klimt leefde in een tijd die opvallend veel overeenkomsten vertoont met de onze: een wereld waarin allerlei vaststaande normen en waarden op losse schroeven kwamen te staan en plaats maakten voor tegenstellingen en verwarring.

Het mondaine Wenen van rond 1900 was bijna drie eeuwen lang het middelpunt geweest van de Habsburgse monarchie. Dat rijk strekte zich op het hoogtepunt van haar macht uit van Polen, via het huidige Kroatië tot het huidige Hongarije.

Klimt ging op 14-jarige leeftijd naar de School voor Kunstnijverheid in Wenen. Hij was het tweede kind uit een gezin van zeven in het toenmalige Bohemen (nu Tsjechië). Zijn kunstzinnige aanleg had hij ongetwijfeld meegekregen van zijn vader, die graveur was. Twee van zijn broers gingen naar dezelfde school.

Tijd van vernieuwing
De opleiding die hij ging volgen, bestond nog maar drie jaar en was een unicum voor continentaal Europa. De school vormde onderdeel van het Museum voor Kunst en Industrie en moest een bron van inspiratie worden voor de ‘nieuwe’ burgerij (de nieuwe klasse van fabriekseigenaren, notabelen en klerken).

Die bourgeoisie was, na het Europese revolutiejaar 1848, een maatschappelijke én politieke factor van betekenis geworden. Maakten vóór die tijd de aristocratie, het leger en de kerk nog uit hoe een land bestuurd werd, met de liberale burgerij was er een klasse bijgekomen. En die klasse maakte aanspraak op een plaats in de geschiedenis.

Het was de tijd ook van de (tweede) industriële revolutie en grote uitvindingen: het wisselstroomprincipe (Tesla!), de dieselmotor, elektrische straatverlichting, fotografie, de radio enzovoort. Kortom: een tijd van vernieuwing.

In het toenmalige Wenen betekende dat ook een groots nieuw stadsplan: de aanleg van de Ringstrasse. Een ring rond het oude centrum, breed genoeg voor grootschalige militaire transporten en parades (voorwaarde van het leger), waarlangs nieuwe, monumentale gebouwen hun plaats moesten krijgen: theaters, musea, universiteit, parlement en natuurlijk appartementen voor de nieuwe burgerij.

Voor iemand als Klimt, afgestudeerd als architectonisch decorateur, vormde het natuurlijk een uitdaging om aan de inrichting van al die nieuwe bouwwerken een bijdrage te kunnen leveren.
Die kans kwam – na eerder al een bijdrage te hebben geleverd aan de bouw van theaters in o.m. Boekarest en Karlsbad – met de opdracht voor de plafondschildering van het trappenhuis van het Kunsthistorisch Museum. Alleen moest hij zich wel houden aan het voorschrift om de geschiedenis zo natuurgetrouw mogelijk uit te beelden. Voor eigen interpretatie was geen plaats.

Dat werk leverde meer soortgelijke opdrachten op. Zijn naam werd gevestigd nadat hij in 1887 het interieur van het oude – aan de Ringstrasse gelegen – Burgtheater mocht schilderen. Maar de naturalistische stijl, zo geliefd bij de burgerij, kwam Klimt zelf de neus uit. In zijn ogen was die stijl ‘geschiedenis’, terwijl de wereld aan verandering, vernieuwing toe was. Parijs was in de ban van het impressionisme (Monet!), art nouveau en art deco dienden zich aan.

De eerste kans om zijn ideeën over een nieuwe stijl ten uitvoer te brengen, kreeg Klimt in 1898/99 toen hij samen met twee andere kunstenaars een deel van het paleis van grootindustrieel Dumba mocht vormgeven.
Klimt richtte de muziekkamer in, ontwierp de wanddecoratie en maakte twee schilderijen (Muziek II en Schubert aan de piano). Beide schilderijen gingen verloren bij een brand aan het eind van WO-II in kasteel Immendorf, waar veel door de Nazi’s in beslag genomen kunst lag opgeslagen. Gelukkig zijn er foto’s van beide werken bewaard gebleven (in 1888 was door Kodak de eerste fotocamera met rolfilm uitgebracht voor het grote publiek). Vooral in Muziek II waren elementen van zijn latere werk te herkennen.

Het was het jaar nadat Klimt, samen met andere vertegenwoordigers van een nieuwe generatie kunstenaars, in 1897 de Secession had opgericht. De Secession wilde de nieuwe kunststromingen laten zien: binnen het bestaande kunstgenootschap was er geen plaats voor. Invloeden van Nietzsche’s filosofie, de muziek van Mahler (1860 – 1911) en stadgenoot Freud lieten zich gelden.
Architect Jozef Olbrich ontwierp een eigen gebouw voor de nieuwe kunstenaarsbeweging – het gebouw bestaat nog steeds en wordt momenteel gerenoveerd. In september zal het feestelijk worden heropend.

Rel om faculteitsschilderingen
Juist in die tijd kreeg de toen 32-jarige Klimt de opdracht van het Ministerie van Onderwijs voor plafondschilderingen in de aula van de nieuwe universiteit. Zijn eerste schildering stuitte echter op verzet binnen de faculteit voor Filosofie. Klimt zou over te weinig intellectuele bagage beschikken, waardoor hij ‘esthetisch faalde’. De rector magnificus zei dat in een tijd waarin de filosofie naar waarheid in de exacte wetenschap zocht, een ‘fantastische weergave’ niet paste. In een petitie spraken 87 faculteitsleden zich uit tegen Klimt’s schildering.

Ook zijn volgende plafondschildering (Geneeskunde) werd met kritiek ontvangen. Klimt’s allegorie voldeed niet aan het beeld dat de medici zelf van hun vak hadden. Geneeskunde was in hun ogen gericht op het voorkomen en genezen van ziektes. Klimt’s schildering daarentegen deed hen nog het meest denken aan een nachtmerrie, waarin een naakte, zwangere vrouw in het luchtledige leek te zweven en de dood niet ver weg was.

Ook politici gingen zich nu mengen in het debat, met als gevolg dat de openbaar aanklager inbeslagname eiste van het tijdschrift dat de Secession uitgaf.
Tegelijkertijd riep een aantal rechtse parlementariërs de minister van Cultuur ter verantwoording: paste de kunststroming van de Secession wel in de samenleving?

De eeuwwisseling vond plaats, de absolute macht van de Habsburgse monarchie was tanende, allerlei nationaliteitskwesties binnen het rijk speelden op, de vrouwenrechtenbeweging liet zich gelden: de maatschappij bevond zich in een ‘identiteitscrisis’. Gevolg was dat zowel de Rooms-katholieke kerk als ‘nieuw rechts’ het tijd vonden worden om die ontwikkelingen een halt toe te roepen.

Voor Klimt betekende het onder meer dat zijn benoeming als hoogleraar aan de Academie voor Beeldende Kunsten niet werd goedgekeurd.
Als reactie op alle kritiek besloot hij het ontwerp voor de laatste faculteitsschildering (Jurisprudentie) drastisch te veranderen. In het eerste ontwerp stond Vrouwe Justitia nog vervaarlijk te zwaaien met een zwaard om de dreiging van het kwaad af te weren. In de definitieve versie zien wij een duidelijk schuldig mannelijk naakt (handen gebonden op de rug), omringd door drie vrouwenfiguren.

Schildering Jurisprudentie (definitieve versie 1907). Verloren gegaan bij brand in 1945.

Klimt bood het aan als officiële inzending voor de Wereldtentoonstelling in het Amerikaanse St. Louis, waar in datzelfde jaar (1904) ook de Olympische Spelen werden gehouden. Zijn inzending werd geweigerd.
Dit doek werd behalve door rechts en de kerk ook in linkse kringen slecht ontvangen: hoe kon hij in een tijd van politieke, sociale en economische onrust uitgerekend de rechtspraak verbeelden als een individuele strijd tussen man en vrouw?
Klimt gaf de opdracht terug, de werken werden door de staat verkocht aan vermogende particulieren. Alle drie de plafondschilderingen gingen verloren bij de eerder genoemde brand in kasteel Immendorf.

‘Art never expresses anything but itself’
Teleurgesteld over zoveel tegenwerking trok hij zich terug uit het publieke leven en liet zeker vijf jaar lang geen nieuw werk zien. In de laatste vijftien jaar van zijn leven portretteerde hij bijna alleen nog maar vrouwen en een aantal landschappen.

In een zeldzaam interview dat hij gaf na de rel om de faculteitsschilderingen zei hij: “Genoeg met de censuur. De staat mag geen dictatuur over het tentoonstellingswezen en de gedachtewisselingen tussen kunstenaars uitoefenen (…).” Klimt had zijn bekomst van staatsbemoeienis en zou voortaan alleen nog maar in opdracht van particulieren werken.

In 1908 opende hij nog wel de tentoonstelling van de Kunstschau, een tentoonstelling met een tekst van Oscar Wilde als motto: ‘Art never expresses anything but itself’. In de openingsspeech zei hij het te betreuren dat het maatschappelijke leven gedomineerd werd door politiek en economie.

Zijn beroemdste werk, De Kus, werd daar voor het eerst aan het grote publiek getoond. Er zijn honderden interpretaties over de betekenis van het schilderij gegeven: over de betekenis van de rechthoekige symbolen op de mantel van de man en de ronde symbolen op de kleding van de vrouw, de situering van het tafereel op de rand van een bloemenweide, het feit dat de lichamen nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, enzovoort, enzovoort.
Klimt heeft er zichzelf, in het openbaar althans, nooit over uitgelaten. ‘Art never expresses anything but itself’.

De tentoonstelling ‘Klimt ist nicht das Ende’ zal onder de titel ‘Beyond Klimt’ vanaf 21 september te zien zijn in het Brusselse Bozar. Naast werk van Klimt zal daar ook werk van tijdgenoten en opvolgers te zien zijn.
In het Weense Leopold museum loopt nog tot 4 november een aparte tentoonstelling die aan zijn werk is gewijd.
En tot 2 september kunnen op een speciaal geconstrueerde steiger in het Kunsthistorisches Museum zijn decoraties van het trappenhuis
van dichtbij worden bezichtigd.

De ‘publieke waarde’ van de omroep. Wat is dat eigenlijk?

Afgelopen woensdag ging het Kamerdebat over de bezuinigingen op de publieke omroep niet door wegens ziekte van minister Slob. Het debat zal – in verband met het zomerreces – nu pas in september plaatsvinden. Die zomerpauze biedt iedereen mooi de gelegenheid eens goed na te denken over een begrip dat constant terugkeert in elk artikel en debat over de omroep: ‘publieke waarde’. Maar wat is die ‘publieke waarde’ dan? Hebben wij het wel over hetzelfde? En hoeveel hebben wij er voor over? Continue reading “De ‘publieke waarde’ van de omroep. Wat is dat eigenlijk?”