De onbekende Beatrix Potter

Ze is vooral bekend door haar boeken over Pieter Konijn, maar Beatrix Potter was zo veel méér: mycoloog, natuurbeschermer en zakenvrouw. Bovendien: Pieter Konijn was slechts één van haar vele creaties. Tijd voor een herwaardering.

Dat de omgeving van Lake Windermere niet volgebouwd is met recreatiebungalows of, nog erger, lelijk grote appartementencomplexen, hebben wij eigenlijk te danken aan Beatrix Potter.

Lake Windermere, met zicht op de oostelijke oever (Foto: Flip Schultz)

Al voordat Beatrix Potter de 17e eeuwse boerderij Hill Top kocht – die voor haar een toevluchtsoord werd na de plotselinge dood van haar verloofde in 1905, was zij onder de indruk geraakt van de natuurpracht van het Lake District, het heuvelachtige landschap in het noordwesten van Engeland.
Als tiener namen haar ouders in 1882 mee op vakantie naar Wray Castle, een 19e eeuws kasteel aan de oevers van Lake Windermere. De toenmalige bewoner én latere oprichter van de National Trust, Hardwicke Rawnsley, wakkerde haar interesse voor de natuurwetenschappen aan.

Studie mycologie

Van jongs af aan tekende Potter graag en veel. Haar ouders, zelf kunstliefhebbers, stimuleerden haar tekentalent: ze las talloze liefst geïllustreerde boeken en bezocht samen met haar vader – enthousiast amateurfotograaf – regelmatig musea. Haar observatievermogen werd al vroeg herkend door een bevriend schilder van de familie, Sir John Everett Millais, een van de Prerafaëlieten.
Behalve (huis)dieren begon Potter tekeningen te maken van fungi (schimmels of zwammen). In de loop van twintig jaar zou zij een collectie opbouwen van meer dan 300 verschillende tekeningen van zwammen, die nu voor een belangrijk deel te zien zijn in het Armitt Museum te Ambleside.

‘Van alle hopeloze dingen om te doen, is een mooie dikke paddenstoel tekenen misschien nog wel het ergste.’

Haar tekeningen waren zo gedetailleerd en accuraat dat ze nog steeds voor lesboeken en gidsen worden gebruikt. Zo werden veel van haar tekeningen in 1967 (!) opgenomen in een paddestoelengids. 

Het bleef niet bij tekeningen: Potter ontwikkelde een theorie over de ontkieming van deze organismen. Schimmels planten zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voort. De geslachtelijke voortplanting vindt plaats door middel van sporen, de ongeslachtelijke voortplanting gebeurt op vegetatieve wijze met schimmeldraden. Potter experimenteerde zelf met het laten ontkiemen van sporen – en had zo haar twijfels over de symbiose theorie. 

Ze nam die studie heel serieus op: via een oom, een chemicus, trad zij in overleg met botanici van Kew Gardens in Londen – waar de grootste botanische en mycologische collectie van de wereld is gehuisvest.

Als vrouw ‘en amateur’ werd zij echter door de directeur van Kew Gardens niet helemaal serieus genomen. Om te bewijzen dat zij wel degelijk wist waar zij het over had, diende ze in 1897 een scriptie in bij het gezaghebbende natuurhistorische genootschap, de Linnean Society. Titel: “Over het ontkiemen van paddenstoelen sporen”.

In die tijd moesten vrouwen nog bij het genootschap worden ‘geïntroduceerd’. Die eer viel te beurt aan George Massee, een vriend van de familie, die in Kew Gardens cryptogamen beheerde. Een cryptogaam is een plant die geen bloemen of zaden gebruikt om zich voort te planten.
Potter kreeg haar scriptie terug met het verzoek om het manuscript op bepaalde onderdelen aan te passen. Aan dat verzoek heeft ze nooit gehoor gegeven. Het manuscript werd decennialang verloren gewaand, tot het begin deze eeuw (!) – dus ruim honderd jaar later – weer opdook. En de Linnean Society bood postuum excuses aan voor de manier waarop Potter destijds was behandeld.

Carrière als schrijver/illustrator

Intussen begon Potter als schrijver en illustrator steeds meer naam te maken. Al in 1890 verkocht zij haar eerste illustraties aan een uitgever van een boek met liederen van een destijds populaire componist. En in de daaropvolgende jaren kwam er steeds meer vraag naar haar tekeningen.
Er was nog een ontwikkeling die haar carrière als schrijver/illustrator bevorderde: rond de eeuwwisseling begonnen uitgevers steeds meer kinderboeken te maken: de Britse bevolking verdubbelde namelijk in het Victoriaanse tijdperk (!) van bijna 17 miljoen tot 30 miljoen.

Het duurde dan ook niet lang voordat haar eerste eigen boek in 1902 uitkwam:  “The Tale of Peter Rabbit”, met dezelfde personages waarover zij in eerdere brieven aan kinderen had geschreven. Een jaar later volgden nog twee boeken: “The Tale of Squirrel Nutkin” en  “The Tailor of Gloucester”. De boeken bleken een groot succes.

Bij het uitgeven van haar boeken werkte ze nauw samen met haar uitgever, Norman Warne. Warne overtuigde haar om haar pentekeningen in te kleuren. In een groeiende markt voor kinderboeken zag hij de commerciële mogelijkheden. Al in 1903 maakte en patenteerde Potter een Peter Rabbit pop, gevolgd door andere ‘spin-offs’: bordspellen, kleurboeken, puzzels en serviezen.

Een van de bordspellen die in de jaren twintig werden uitgegeven met Potter’s illustraties.

De twee kregen een relatie en kondigden in 1905 hun huwelijk aan – zeer tegen de wens van haar ouders, die Warne qua maatschappelijke status geen goede match vonden. Als je de televisieserie ‘Downton Abbey’ hebt gezien, kan je je een voorstelling maken van het maatschappelijk milieu waarin Potter was opgegroeid.
Nog in datzelfde jaar stierf Norman Warne, volkomen onverwacht, als gevolg van een ernstige bloedziekte. Potter hoorde het nieuws tijdens een vakantie met haar ouders in Wales.

Natuurbeschermer

Warne en Potter waren van plan om in het Lake District een boerderijtje te kopen voor in de zomer. Bij hun zoektochten was hun oog gevallen op Hill Top, een idyllisch gelegen boerderij in het plaatsje Near Sawrey. De inkomsten uit de verkoop van haar boeken en een erfenis van een tante maakten die aankoop mogelijk.
Na de tragische dood van haar geliefde, besloot Potter de koop toch door te zetten en stortte zij zich fanatiek op het aanleggen van een tuin en de verbouwing van het pand naar eigen architectonisch ontwerp. Het was namelijk haar uitdrukkelijke wil dat Hill Top ‘gewoon’ een boerderij zou blijven en dus kwam de pachtersfamilie in de nieuwe aanbouw te wonen.

Hill Top op een regenachtige dag in september 2021. Links de aanbouw uit 1905 (Foto: Flip Schultz)

Potter ging steeds meer op in het boerenleven, introduceerde de door haar geliefde Herdwick schapen (toen al een uniek schapenras) en bemoeide zich steeds meer met het wel en wee van het boerenleven in de omgeving. Ze legde zichzelf toe op het fokken van ooien, waar ze in de jaren dertig zelfs prijzen mee won op regionale landbouwtentoonstellingen. In 1907 telde de boerderij op Hill Top 16 Herdwick schapen, zes koeien, een paar varkens en kippen. Veel van de dieren kregen van haar een naam.  

In 1909 kocht ze er nog een boerderij in het dorp bij, Castle Cottage. Ze zou er later samen gaan wonen met William Heelis, de plaatselijke notaris die haar juridisch hielp bij al haar grondaankopen juridisch bijstond. Hill Top werd haar werkadres, een wandeling van 5 minuten.
Bij die ene aankoop zou het niet blijven. Aan het eind van haar leven bezat zij 15 boerderijen met in totaal ruim 1600 hectare land, die zij allemaal naliet aan de National Trust (vergelijkbaar met de vereniging Natuurmonumenten in ons land).
Ze kocht de boerderijen niet uit winstbejag, maar uit angst voor het verdwijnen van de natuur en het bijbehorende boerenleven.

In 1912 voerde ze actie tegen plannen om watervliegtuigen op Windermere Lake te laten landen. Er volgde een petitie waarin werd opgeroepen vliegverkeer op en rond het meer te verbannen. Zelf schreef Potter iedereen binnen haar netwerk aan om de petitie te ondertekenen. Haar actie had succes: de plannen werden door de regering naar de prullenbak verwezen.

Toen zij in 1923 een van haar grootste landaankopen deed met het 800 hectare grote Troutbeck Park Farm (even ten noorden van Windermere), verbleef zij er vaak zelf dagenlang om mee te helpen met het werk op de boerderij.

Zij schaamde zich er niet voor om haar roem in te zetten voor het goede doel. In de jaren twintig kwamen de eerste Amerikaanse bewonderaars al naar Hill Top. De vriendschappen die daaruit voortkwamen, benutte Potter rond 1925 om een bouwproject tegen te gaan op de oostelijke oever van Windermere Lake. Ze maakte vijftig tekeningen van Pieter Konijn en stuurde die naar haar Amerikaanse bewonderaars met het verzoek om in ruil daarvoor een guinea (een Britse pond en een shilling) over te maken voor een inzamelingsactie tegen het bouwproject. Haar actie leverde 100 Britse ponden op en droeg ertoe bij dat het bouwproject niet doorging.

In 1930 was er sprake van dat Monk Coniston estate, een groot landgoed, opgekocht zou worden door projectontwikkelaars. Ze trad in overleg met de National Trust en kwam met hen overeen dat zij het landgoed zou kopen op voorwaarde dat de vereniging de helft ervan zou kopen, wanneer het daartoe de middelen had.

Literaire erfenis

Haar jaren op Hill Top waren in literaire zin ook haar meest productieve jaren. Ze zou er dertien boeken schrijven. En in zeker vijf van die boeken (o.m. “The Tale of Tom Kitten”) vormde de omgeving van de boerderij het decor.
Niemand minder dan Graham Greene schreef over die periode van haar schrijversbestaan:

“In de jaren 1904-1908 schreef zij haar meest humoristische boeken: “The Pie and the Patty Pan’’, “The Tale of Tom Kitten” en “The Tale of Mrs Tiggy Winkle”. Er zat maar één mislukking bij: “Mr Jeremy Fischer”. Mevrouw Potter had haar juiste stijl en plaats gevonden. De boeken speelden zich af in Cumberland; boerderijen, dorpswinkels, stenen muurtjes en de heuvelruggen van de Catbells vormden de achtergrond van haar tekeningen en proza. Zij bevolkte een landschap.”

Greene prees haar dialogen, die ‘leken op aforismen’ en was onder de indruk van de manier waarop zij in één regel een personage kon beschrijven.
Hij vroeg zich af of er een bepaalde gebeurtenis in haar leven had plaatsgevonden waardoor er vileine schurken in haar nieuwe boeken voor kwamen, zoals Mr Drake Puddle-Duck en de oude rat Samuel Whiskers.

Ze hield niet zo van die psychologische analyses van haar werk, liet ze Greene in een brief weten. Feit is dat ze dagelijkse ervaringen wel degelijk in haar boeken verwerkte: de eigenaar van een boerderij verderop in het dorp waar Potter regelmatig meningsverschillen mee had, is herkenbaar als Farmer Potatoes in “The Tale of Samuel Whiskers” – alle ratten uit het boek woonden op zijn boerderij.

“Met Peter Rabbit en zijn neef Benjamin creëerde Potter twee epische persoonlijkheden”, schreef Greene. Hij vergeleek hun karakters met die andere grote duo’s uit de wereldliteratuur: Don Quichote en Sancho Panchez, Pantagruel en Panurge, Pickwick en Weller. “Peter was een neuroot, Benjamin een man van de wereld en onverstoorbaar.”

Vanaf 1920 publiceerde Potter nauwelijks meer. Het boerenleven, de vele acties voor natuurbehoud en het beheer van de boerderijen, nam al haar tijd in beslag.

Potter overleed midden in de Tweede Wereldoorlog op 77-jarige leeftijd als gevolg van een zware bronchitis. Op haar verzoek werd haar as door haar favoriete schapenherder verstrooid op de hoogvlakten boven Near Sawrey.  
Al haar boerderijen en bijbehorend land liet ze na aan de National Trust.

Naschrift

Aanleiding voor dit artikel vormde een bezoek in september van dit jaar aan het Lake District en aan Hill Top.
Ik heb er voor gekozen de oorspronkelijk Engelstalige titels en namen te vermelden van Potter’s boeken, omdat in de loop der jaren Nederlandse uitgevers haar boeken in verschillende vertalingen hebben uitgebracht.
Overigens zijn er nu maar weinig Nederlandse vertalingen van haar werk verkrijgbaar. Vooral de boeken die zij tijdens de jaren in Hill Top schreef, verdienen een nieuwe vertaling. Jongere generaties kunnen er nog veel plezier aan beleven.  

In juni van dit jaar kwam eindelijk ‘Peter Rabbit 2’ uit, een film van Will Gluck. De film zou oorspronkelijk in de zomer van 2020 uitkomen. Door de COVID-19 pandemie werd dat uiteindelijk de zomer van 2021.

Wat maakt ‘Normal People’ zo’n goede tv-serie?

Het verhaal zelf lijkt op het eerste gezicht weinig om het lijf te hebben: jongen en meisje raken in het laatste jaar van de middelbare school verliefd op elkaar, gaan uit elkaar, komen daarna tijdens hun universiteitsjaren weer bij elkaar om vervolgens toch weer van elkaar verwijderd te raken. Een typische aan/uit-relatie.
Het is de manier waarop dit simpele gegeven echter is verfilmd, die de serie zo bijzonder maakt.


1. Om te beginnen: de stiltes
Er zijn maar weinig tv-series waarin zoveel stiltes vallen als in ‘Normal People’. Natuurlijke stiltes, wel te verstaan. Zoals die in het dagelijks leven ook vaak voorkomen in relaties.
Wanneer er in een film of serie stiltes voorkomen, dan is het vaak om een dramatische gebeurtenis te benadrukken: er is iets ergs gebeurd òf er staat iets ergs te gebeuren. Realiseer jij, als kijker, je dat wel?!
Niet in ‘Normal People’.
Regisseurs Lenny Abrahamson en Hettie Macdonald (elk de helft van de in totaal twaalf afleveringen) betonen zich in het kiezen van stiltes ware meesters.

2. De afwezigheid van gimmicks
Niemand raakt plotseling aan de drugs of krijgt opeens een ernstig ongeluk – een kunstgreep, waaraan veel scenario’s helaas mank gaan.  De schrijver weet het even niet meer en kiest voor een kunstmatige breuk in het verhaal, in plaats van de diepte in te gaan.
Niets van dat alles in ‘Normal People’.
We leren Connell en Marianne gaandeweg steeds beter kennen. Beiden afkomstig uit een eenoudergezin: Connell als enigst kind samenwonend met zijn moeder, Marianne woont samen met haar moeder en broer.
Qua maatschappelijke achtergrond verschillen ze nogal: Connell’s moeder is schoonmaakster en woont in een rijtjeshuis; de moeder van Marianne is een drukbezette, succesvolle advocaat met een landhuis.
Connell is een gevierde leerling op de middelbare school, vooral door zijn deelname aan het rugbyteam van de school. Marianne is een loner, met nauwelijks vriendinnen, maar wel de beste leerling van de school.
Setting: een plattelandsgemeente in Ierland, later universiteitsstad Dublin.

3. Camerawerk
We leren Connell en Marianne ook beter kennen door de vele close-ups tijdens betekenisvolle momenten. Dat heeft het effect dat je als kijker hun gevoelens en gedachten denkt te kunnen ‘lezen’. Dat was ook de bedoeling, zo vertelde regisseur Lenny Abrahamson in een interview met The New York Times.
Abrahamson werkte samen met cameravrouw Suzie Lavelle, Hettie Macdonald met Kate McCullough. Die keuze voor vrouwelijke cameramensen zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld bij de meest intieme scènes. Voor die opnames was ook een zogenaamde intimiteits-coördinator aanwezig, die de acteurs begeleidde bij de naaktscènes.   

4. Acteurs
Je zou denken dat wanneer een succesvol boek verfilmd wordt (van Sally Rooney’s boek zijn inmiddels wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren verkocht), de producenten voor bekende acteurs kiezen.
De BBC en de Amerikaanse streamingdienst Hulu (eigendom van Disney) kozen echter voor twee jonge acteurs: Daisy Edgar-Jones (Marianne) en Paul Mescal (Connell), die bij het begin van de opnamen nog maar weinig ervaring hadden. Beiden waren toen respectievelijk 22 en 24 jaar.
Edgar-Jones had meegespeeld in de, ook hier in Nederland, populaire Britse tv-serie ‘Cold Feet’. Connell was net twee jaar van de toneelschool en kon hooguit bogen op deelname aan een reclamespot voor worstjes.
Het voordeel van onervaren acteurs is hun ‘naturel’, dat perfect past bij het coming-of-age verhaal.

5. Het boek
In een recent interview zegt Sally Rooney (30) dat haar eerste twee boeken als het ware zichzelf schreven (haar eerste boek was ‘Conversations With Friends’ (2017), waarvan nu ook een serie wordt gemaakt). Ze dacht bij het schrijven niet na over de vraag wie de hoofdpersonen waren, hoe het plot zich zou ontwikkelen en dergelijken.
Het succes van ‘Normal People’ heeft haar overvallen en maakte het voor haar niet makkelijk om haar derde boek, ‘Beautiful World, Where Are You’, te schrijven.
Onwillekeurig lag er een bepaalde druk op haar. Het nieuwe boek is net in Nederlandse vertaling verschenen en werd door recensenten matig ontvangen.
De kracht van ‘Normal People’ is juist die authenticiteit. En het knappe van de tv-serie is dat het diezelfde authenticiteit heeft weten te behouden.
Juist in een tijd waarin echt en onecht nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden.

‘Normal People’ werd in augustus/september uitgezonden op NPO3 in vier afleveringen (oorspronkelijk bestaat de serie uit 12 afleveringen van elk een half uur). De serie is op DVD verkrijgbaar.

Design Unbound: ontwerpen voor ‘een nieuwe wereld’

Digitalisering, energietransitie, klimaatcrisis. Het zijn maar een paar van de veranderingen waar onze samenleving mee worstelt. Hoe pakken wij die uitdagingen aan? Welk instrumentarium gebruiken wij daarvoor? Design Unbound biedt een nieuwe gereedschapskist.

Begin dit jaar stond er op de voorpagina van De Telegraaf een artikel met een suggestieve kop over de gevolgen van het klimaatakkoord voor onze voedselconsumptie. De uitslag van de Twitter-poll die de krant vervolgens publiceerde, liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Een ruime meerderheid voelde er niets voor om minder vlees te gaan eten.

Het illustreert de complexiteit van de vraagstukken waar wij als samenleving nu voor staan. Hoe gaan wij met die complexe vraagstukken om? Beschikken wij wel over de juiste middelen om ze aan te pakken?

Het boek Design Unbound. Designing for Emergence in a White Water World reikt een nieuwe gereedschapskist aan voor de complexe uitdagingen waar wij nu voor staan.
Eigenlijk is het niet één boek, maar zijn het vijf boeken (uitgegeven in twee volumes).

Ontwerpen, zonder gebonden te zijn aan conventies of materie, voor nieuwe levensvormen in een snel veranderende wereld. Daar staat de titel van het boek voor, leggen de auteurs uit (White Water is in het Engels een beschrijving voor een wilde rivier met veel stroomversnellingen).

Stammen, Instituten, Markten en Netwerken

Uitgangspunt van Pendleton en Brown is dat wij in de afgelopen decennia dingen anders zijn gaan doen en zien en de wereld dus ook anders ervaren. Anders dan in de afgelopen eeuw(en). Zij verwijzen daarbij naar David Ronfeldt’s standaardwerk over de evolutie van de samenleving Tribes, Institutions, Markets, Networks: A Framwork about Societal Evolution. Kortweg: TIMN.

De dominante samenlevingsvormen door de eeuwen heen {Bron: David Ronfeldt, TIMN)

De tijd waarin wij nu leven, vertoont alle kenmerken van wat Ronfeldt een overgangsperiode noemt met ‘filosofische, ideologische en materiële worstelingen’.
We zien dat terug in de verstoring van de wereldeconomie (het modewoord disruption), in de verstoring van het ecologisch evenwicht en in de toenemende dynamiek van handel, financiën, milieubeleid, protocollen, evenementen en migratie.

Wat, volgens Ronfeldt, nieuw is aan deze tijd, is dat door internet netwerken aan belang hebben gewonnen. Immers, die netwerken zijn niet meer aan fysieke aanwezigheid gebonden, communiceren wereldwijd met andere groepen en individuen en zijn – zoals wij helaas vaak ervaren – lang niet altijd aan regels gebonden.

Pendleton en Brown stellen in hun boek dat als wij in een snel veranderende wereld – waarin netwerken een dominante rol spelen – aan complexe problemen willen werken, wij die wereld rondom ons anders moeten gaan zien.

Ecosystemen

De auteurs pleiten voor een ecologische kijk op het leven en verwijzen daarvoor naar Robert Ulanowicz. Ulanowicz is van huis uit chemicus, maar ontwikkelde een theorie over ecosystemen, die hij vastlegde in het boek A Third Window. Natural Life Beyond Newton and Darwin.
Volgens Ulanowicz vormt de huidige kennis over individuele organismen en soorten geen verklaring voor complex levende systemen.  

Zijn boek vormde met name voor biologen en fysiologen aanleiding om onderzoek te gaan doen naar het functioneren van organismen en dus ook ecosystemen. Zij ontwikkelden een ecologische kijk op de dynamiek van het ecosysteem. De complexe samenhang van energie en materie tussen organismen, hun gemeenschappen en omgeving blijken het systeem niet alleen in leven te houden, maar het ook te laten groeien.

De Darwinistische theorie gaat uit van een langzaam proces dat generaties kan duren, maar heeft geen verklaring voor de impact van onverwachte gebeurtenissen op het systeem. Inmiddels weten wij dat plotselinge gebeurtenissen regelmatig voorkomen en essentieel zijn voor de veerkracht van een ecosysteem. Verstoring of wanorde speelt een waardevolle rol in de evolutie.

Samen met de klassieke natuurkunde is die Darwinistische kijk op het leven bepalend geweest voor de manier waarop wij naar de wereld kijken. In die visie is de wereld een mechanisch systeem, dat bestaat uit elementaire bouwblokken die beantwoorden aan lineaire, deterministische en voorspelbare regels. Een overlevingsstrijd. In het geloof dat er een onuitputbare bron van middelen is, die beschikbaar komt door economische en technologische groei.

Dat werkt niet meer.

Nieuwe communicatiemiddelen bepalen nu ons gedrag. Informatie is niet meer iets dat wij consumeren, maar waarin wij leven. Nieuwe instrumenten (pc’s, smartphones, smartwatches, VR-brillen) geven vorm aan ons materiële welzijn, ons maatschappelijk gedrag en mentale welbevinden.
De grote problemen waar wij voor staan, worden echter alleen maar groter.

Door het raamwerk van Ronfeldt’s TIMN begrijpen wij hoe dat zo is gekomen. Met behulp van een ecologische visie kunnen wij nu werken aan het ontwerp van een ‘nieuwe wereld’.

Ontwerpen

Bij het woord ‘ontwerp’ denken mensen vaak aan iets tastbaars. Een huis, bijvoorbeeld. In ieder geval iets tastbaars, iets met vorm, op een bepaalde schaal en van bepaald materiaal.

Maar veel van de huidige problemen hebben te maken met systemen en modellen die niet fysiek zijn. En het is het ontwerp van de dingen in relatie tot elkaar en hun onderlinge verbanden (de maatschappelijke, mentale en materiële ecologieën waartoe zij behoren), die een object impact geven en die het ontwerp een ander soort dynamiek geven.

Zoals architectuur verbanden aanlegt in het menselijk leven (de ruimte bepaalt wat erin gebeurt), zo leggen niet-materiële ontwerpen ook verbanden aan. Op die manier kunnen wij ook ecosystemen ontwerpen met nieuwe mogelijkheden voor interactie en uitwisseling.

Voor het maken van die ontwerpen, stellen Pendleton en Brown een nieuwe gereedschapskist voor. Negen instrumenten (tools) op het gebied van kennis, vaardigheden en methoden, geschikt voor nieuwe ontstaansvormen.

In het eerste volume (boek 1 en 2) behandelen zij zes van die instrumenten, waarvan de eerste vijf aan de architectuur zijn ontleend. In boek 2 beschrijven zij de eerste nieuwe tool set (Emergence) en de meta-tool ‘ontwerpen voor emergence’.
In het tweede volume (boek 3, 4 en 5) worden de resterende drie beschreven + twee meta-tools.

Indeling van de hoofdstukken in Design Unbound

Design Unbound. Designing for Emergence in a White Water World is geen makkelijk boek. Daar staat tegenover dat je het boek niet in zijn geheel hoeft te lezen – zoals de auteurs ook nadrukkelijk in hun voorwoord stellen. Het is zo samengesteld, dat elk hoofdstuk afzonderlijk gelezen kan worden. Wel geven zij duidelijk aan dat er een aantal sleutelhoofdstukken zijn, die essentieel zijn voor een beter begrip.

‘Emergence’

Het voert te ver om hier alle instrumenten te behandelen. Wel verdient het begrip ‘emergence’ een toelichting. Niet alleen omdat het woord terugkomt in de titel van het boek, maar omdat Pendleton en Brown dat begrip zien als fundament voor het nieuwe ontwerpen.

‘Emergence’ zou je een levensvorm, een beweging kunnen noemen. En het gaat Pendleton en Brown vooral om de bewegingen van onderop.
Het gaat er om, aldus de auteurs, om die bewegingen van onderop te begrijpen. Die bewegingen zien wij overal rondom ons ontstaan: zowel in de natuur als daarbuiten.
En als het een beweging van onderop is, dan kunnen wij er regels voor ontwerpen. Regels die gaan over onderlinge verhoudingen, uitwisseling van informatie tussen de verschillende onderdelen.

Zelf vergelijken Pendleton en Brown het met het ontwerpen van een game, een spel. Een strategisch spel.
Zij verwijzen in dat verband onder meer naar een standaardwerk voor game designers: Rules of Play van Katie Salen en Eric Zimmerman.

‘Wij ontwerpen voor nieuwe levensvormen. Zoals een koraalrif wordt gevormd door het ecosysteem dat wij een rif noemen. Zo wordt een spel gevormd door regels toe te passen.’

Over de auteurs van Design Unbound

Ann M. Pendleton is architect, schrijver en leraar; John Seely Brown stond jarenlang aan het hoofd van Palo Alto Research Center en is medeauteur van The Social Life of Information.

Van immigrantenkind tot changemaker

Idealist? Optimist? Naïeveling? Feit is dat Dax Dasilva CEO is van een succesvol techbedrijf en oprichter van een cultureel centrum in zijn woonplaats Montreal. Nu is er zijn boek ‘Age of Union’. Een inspiratiebron, niet alleen voor ondernemers, maar voor iedereen die iets op gang wil brengen.

Dasilva’s levensverhaal lijkt op het standaard jonge-startup-succesverhaal, maar in zijn geval komt er net iets meer bij kijken.
Het begint met de Apple Mac waar zijn vader (hoofd communicatie en grafisch ontwerper) mee thuis komt. Dax gaat daar zelf mee aan de slag en begint programmaatjes te ontwikkelen. Een studie computerwetenschap is de volgende logische stap, maar dan volgt er een reeks gebeurtenissen die zijn leven een bijzondere draai geven.

Hij komt uit de kast, doet begin jaren negentig mee aan protestacties tegen bomenkap op Vancouver Island, neemt een sabbatical en besluit bij terugkomst om kunstgeschiedenis en godsdienst te gaan studeren. Hij raakt gefascineerd door de geschiedenis van het jodendom.

Keerpunt Montreal

Op 24-jarige leeftijd verhuist hij naar Montreal, heeft verschillende baantjes in de techwereld en duikt onder in de culturele wereld van de op een na grootste stad van Canada.
Het blijkt een beslissende fase in zijn leven te zijn. Niet alleen ontstaan dan de eerste ideeën over het oprichten van een cultureel centrum, maar hij bekeert zich ook tot het jodendom én legt de fundamenten voor een succesvolle startup.

Fast forward naar 2015: zijn startup groeit uit tot een van de grotere kassasystemen in de wereld en weet miljoenen aan investeringskapitaal binnen te halen. De groei van het bedrijf leidt tot diverse verhuizingen. Bij de laatste verhuizing, vanuit de wijk St. Urbain, grijpt hij de kans om het oude pand om te laten bouwen tot cultureel centrum. Zo ontstaat Never Apart.

Age of Union

Die ervaringen over een periode van 40 jaar hebben Dasilva tot de overtuiging gebracht dat wij ons op een keerpunt in de geschiedenis van de mensheid bevinden.  In zijn boek Age of Union beschrijft hij het als volgt:

“Alhoewel onze levenstandaard is verbeterd, kunnen we niet om de schadelijke gevolgen van ons sociaal-economische systeem heen: de vernietiging van onze natuur door massaconsumptie en overbevolking, de groeiende kloof tussen arm en rijk, en een technologisch gestuurde globalisering waarin internet en automatisering ons een onzekere toekomst insturen zonder een helder doel.”

Dax Dasilva na het tekenen van mijn exemplaar van zijn boek.
Dax Dasilva heeft net een opdracht in mijn exemplaar van zijn boek geschreven.

Volgens Dasilva is nú het moment om ons te realiseren dat wij er alles aan moeten doen om deze planeet te redden. Hij noemt het de Age of Union.
In dat boek, eigenlijk meer een manifest, legt hij aan de hand van vier bouwstenen uit hoe wij een betere wereld kunnen vormen.

Vier bouwstenen

Die vier bouwstenen zijn leiderschap, cultuur, spiritualiteit en natuur.

  • Leiderschap biedt individuen de mogelijkheid om als gangmaker te fungeren.
  • Cultuur biedt het kader voor onze identiteit, diversiteit en de behoefte tot verbinding.
  • Spiritualiteit geeft ons het begrip, het vertrouwen en de kracht om de transformatie tot stand te brengen.
  • De Natuur maakt ons bewust van de krachten die ons voorstellingsvermogen te boven gaan en leert ons het onbekende en wilde te waarderen en beschermen.

Elk van die bouwstenen licht Dasilva in afzonderlijke hoofdstukken van zijn boek toe.
Opmerkelijk is dat hij in het hoofdstuk over Cultuur zich kritisch uitlaat over technologie:

“Data, automatisering en AI werken in het voordeel van degenen die technologie beheren. Wordt ‘big tech’ ‘Big Brother?’
In een wereld waarin er sprake is van groeiende ongelijkheid en door de snelle veranderingen steeds vervreemder van onszelf raken, moeten wij de tijd nemen om onszelf weer te hervinden. Wij moeten technologie naar onze behoeften inrichten en het als instrument inzetten voor positieve maatschappelijke en klimatologische veranderingen.”

Acts of Union

Het leuke van het boek is dat het afsluit met 40 tips, die Dasilva Acts of Union noemt. Daar zitten voor de hand liggende tips tussen, zoals biologisch voedsel eten en kweken, lokale ondernemers steunen en onderwijs bevorderen, maar ook tips als: kook minstens een keer per week voor anderen en maak gebruik van je stemrecht.

Daarmee is het ook meteen een handleiding. Of, zoals Dasilva zelf zegt, een ‘oproep aan gangmakers’ van de transitie.
Naïef? Goedgelovig? Misschien. Feit is dat er maar weinig succesvolle tech entrepreneurs zijn, die de moeite nemen om een boek te schrijven met een boodschap én ook nog eens geld steken in de ontwikkeling van een cultureel centrum.

Wat Dasilva extra bijzonder maakt, is dat hij een niet-blanke succesvolle ondernemer is en daardoor een inspiratiebron voor immigranten(kinderen). Zoals hijzelf die dag in Amsterdam zei: ‘Het boek moet mensen de kracht geven om veranderingen tot stand te brengen’.  

Omslag Age of Union
Je kunt Age of Union hier bestellen.