Interneteconomie

Economist_cover_20141025Spotify, Google, Whatsapp, Facebook: wij zijn er aan gewend geraakt dat zij grotendeels gratis zijn. Maar zijn die diensten ook inderdaad gratis?
De Franse econoom Jean Tirole kreeg dit jaar de Nobelprijs voor economie omdat die vraag aan veel van zijn werk ten grondslag lag. En daarop aansluitend weer de vraag gesteld kan worden: ‘Wat betekent de interneteconomie voor onze samenleving?’

De makers van videogames als Nintendo, stellen per console een prijs vast voor de auteursrechten, een vast tarief voor de software ontwikkelaars, terwijl de gamers als een verliespost worden beschouwd.
Apple en Microsoft hebben jarenlang het omgekeerde businessmodel gehanteerd door de gebruikers van OS en Windows als moneymakers te zien.
Hoe meer mensen Google, Facebook en Twitter gebruiken, des te interessanter worden die platforms voor adverteerders.
Zo onderzocht Tirole in ‘Concurrentie tussen platforms in een tweezijdige markt’ (2002)  diverse businessmodellen (van softwarebedrijven, internetplatforms, media e.d.) en kwam tot interessante bevindingen.

Die nieuwe businessmodellen vormen voor overheden echter een probleem wanneer bedrijven een monopoliepositie dreigen te krijgen. Bestaande wetgeving is namelijk gebaseerd op het prijsmechanisme: een bedrijf stuwt eenzijdig de prijzen op.
Zo speelde in ons land de zaak van Funda: de huizensite vroeg aan makelaars die niet bij de NVM waren aangesloten een hoger tarief voor deelname.
Maar hoe reguleer je bedrijven die hun diensten in principe gratis aanbieden?
Bekende voorbeelden: het verbod aan Microsoft om uitsluitend de Internet Explorer browser mee te leveren met Windows, en de antitrust maatregelen van de Europese Commissie tegen Google.

Amazon
Sommige mensen vinden al die maatregelen maar overdreven: ‘Europa pest Amerikaanse bedrijven’. Afgelopen week schreef de bekende Amerikaanse econoom Paul Krugman een vernietigende column in de New York Times over de machtspositie van Amazon.
Aanleiding vormt de ruzie die Amazon heeft met uitgever Hachette. Inzet van het dispuut: Amazon wil een hoger percentage van Hachette’s boekenprijs. Hachette weigerde. Vanaf dat moment begon Amazon de verkoop van Hachette’s boeken op haar site te traineren. De prijzen van Hachette’s boeken werden verhoogd, de boeken werden later bezorgd, bezoekers werden naar andere uitgevers doorverwezen.
Krugman stelt aan het eind van zijn column de terechte  vraag of er aan dat machtsmisbruik niet wat gedaan moet worden?

Er is geen twijfel aan dat de interneteconomie de samenleving enorm veel kansen biedt. Maar wordt het niet eens tijd dat wij de bedrijven die daar groot mee zijn geworden ook als volwassen bedrijven behandelen?  Facebook viert dit jaar het tienjarig bestaan – op dinsdag 28 oktober wordt verwacht dat het sociale netwerk een winst over het derde kwartaal bekend maakt van ruim drie miljard dollar.
Afgelopen zomer werd bekend dat Facebook een experiment had uitgevoerd door ongevraagd de emoties van gebruikers te registreren. Het leverde het bedrijf in de VS veel kritiek op.
Hier in Europa (270 miljoen Facebook gebruikers) werd er nogal lacherig op gereageerd: ‘Wat die Amerikanen toch allemaal niet bedenken?!’
Inderdaad, die Amerikanen bedenken van alles. En wij?
(wordt vervolgd)