Minder privacy, meer transparantie? (2)

Eind 2011 publiceerde Jeff Jarvis het boek “Public Parts”. Het gaat – zoals hij zelf uitvoerig heeft toegelicht – hoofdzakelijk over openbaarheid ¹. Met een beetje goede wil zou je er het modewoord ‘transparantie’ voor in de plaats kunnen zetten.
“Public Parts” is in feite een pleidooi om zoveel mogelijk informatie te delen.
Een welkome boodschap in een tijd waarin het Nederlands kabinet wekenlang achter gesloten deuren vergadert over de toekomst van het land. Voor wie uitgebreid kennis wil nemen van Jarvis’ pleidooi voor meer openheid, lees “Public Parts”. Waar het mij hier om gaat, is wat Jarvis in dat boek over privacy schrijft.

Dat is niet veel – van de elf hoofdstukken in het boek is er maar één aan privacy gewijd, maar is ruim voldoende voor wat ik hier duidelijk wil maken.
Aan zijn eigen privacy wijdt Jarvis in het hoofdstuk Openbare keuzes slechts vier pagina’s: hij wil niet dat zijn rekeningnummers, wachtwoorden, e-mails, surfgedrag en agenda  openbaar worden. Over zijn inkomen is hij vrij open. Verder houdt hij graag controle over de gegevens die in de databases van bedrijven en de overheid over hem worden bijgehouden.
Dat is het wel zo’n beetje.

Cookies
Naar aanleiding van de ophef rond cookies stelt Jarvis voor het eens van de andere kant te bekijken. Nu hoef je op een site van je voorkeur alleen de eerste keer in te loggen, met als gevolg dat je advertenties krijgt te zien die afgestemd zijn op je surfgedrag. Is dat nou zo erg, vraagt hij zich af?
Zou je cookies verbieden, dan moet je elke keer opnieuw inloggen en krijg je allerlei soorten advertenties te zien – waar je letterlijk geen boodschap aan hebt. Zakelijk gezien benadeel je die site bovendien, omdat die advertenties  dan minder opbrengen.

Maar, stelt Jarvis, je kunt wel legitiem de vraag stellen hoe wij kunnen instemmen met de regels en procedures van een website, als wij daarover niet geïnformeerd zijn?

“Elke manager in een bedrijf zou het privacybeleid ervan moeten kennen en in staat moeten zijn om het uit te leggen aan een oude tante of een klein kind.
Elk verstandig bedrijf zou zijn klanten/gebruikers moeten vragen of zij begrijpen welke informatie er over hem/haar wordt verzameld, hoe en waarom die informatie wordt gebruikt, en welke controle de gebruikers daar zelf over hebben.”

Google
Waarmee wij zijn aanbeland bij de wijziging in het privacybeleid van Google (sinds 1 maart). Kortweg komt het erop neer dat Google alle gegevens van een gebruiker van Google’s diensten, in één profiel samenvoegt.
Vanaf het moment dat de maatregel van Google bekend werd, barstte de kritiek los. In een enkel geval werd Google afgeschilderd als een data verslindend monster. Niet alleen op internet, maar ook in ons parlement (D66 stelde Kamervragen) en in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden (een brief van Congresleden aan Larry Page) werden vraagtekens gezet bij het nieuwe privacybeleid. In een reactie op die kritiek probeerde Google eind januari de mythes rondom de beleidswijziging te ontkrachten.

Intussen zette de Europese Commissie een aparte werkgroep aan het werk om te bestuderen in hoeverre Google de Europese regelgeving schendt.

Op de bewuste dag plaatste het hoofd van Google’s Privacy, Alma Whitten, nog een aparte post met uitleg op het officiële blog (inclusief links naar de instellingen pagina, waarop een ieder kan aangeven wat hij/zij wel of niet wil dat Google bewaard aan gegevens).

Overheid
Maar eigenlijk is al die (on)terechte ophef rond Google van ondergeschikt belang, omdat er een veel nijpender privacy probleem is. Eind november 2010 publiceerde de Staatscommisie Grondwet een rapport waarin aanbevelingen werden gedaan voor herziening of aanpassing van de Grondwet. Daarin wordt ook voorgesteld “om het recht op bescherming van persoonsgegevens als een zelfstandig grondrecht te formuleren.” Nu is de registratie van persoonsgegevens gekoppeld aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De Staatscommissie vindt dat beide onderwerpen beter tot hun recht komen wanneer de huidige bepaling wordt gesplitst. Citaat uit het rapport:

“De bescherming van de persoonlijke levenssfeer beheerst veel meer terreinen van het privéleven van personen dan alleen bescherming tegen onrechtmatige registratie van persoonsgegevens.
Anderzijds betreft bescherming van persoonsgegevens niet alleen de persoonlijke levenssfeer. Gegevensbescherming kan ook te maken hebben met andere grondrechten, zoals het discriminatieverbod.”

Nu, anderhalf jaar later is er nog niets gebeurd met dat rapport. Sterker nog: in februari 2011 liet toen nog minister Donner in een brief aan de Tweede Kamer weten, dat het kabinet-Rutte voorlopig niets doet met de aanbevelingen van de Staatscommissie.
Sindsdien is er in het parlement niet meer over het rapport gesproken.
Uw privacy vormt voor het kabinet-Rutte geen prioriteit…..

N.B. Op 11 juni a.s vindt in het World Forum Den Haag het Nationaal Privacy Debat plaats.

¹ Zelf gebruikt Jarvis de term ‘publicness’ en geeft daar meteen in de introductie een definitie van, aangezien het woord in de meeste Amerikaanse woordenboeken niet voorkomt.

This entry was posted in Politiek, Wetenschap and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>